‘Burgers hebben behoefte aan onafhankelijke journalistiek’

Door Carolien Makkink

Merkjournalistiek is prima (mits de afzender duidelijk is), maar tegelijkertijd moet de onafhankelijke journalistiek niet worden uitgehold. Dat was een van de conclusies tijdens het debat over merkjournalistiek op dinsdag 24 april in Loburg.

Steeds meer bedrijven, kennisinstellingen en NGO’s huren tegenwoordig zelf journalisten in om het publiek rechtstreeks te informeren, met eigen digitale (achtergrond)verhalen die ze via sociale media verspreiden. ‘Merkjournalistiek’,‘branded content’ en ‘stakeholder-driven journalism’ zijn drie van de gebruikte termen hiervoor. Wat is het en wat betekent het voor organisaties, communicatiespecialisten, journalisten en burgers? Daarover spraken zo’n twintig professionals tijdens een debat op 24 april in Loburg, georganiseerd door het Wageningse Journalistencafé

Creativiteit inkopen
Freek Staps, voormalig NRC-journalist en nu werkzaam bij DEPT (zie http://www.DEPTagency.com), bedrijft zelf dit type journalistiek. Hij legt uit dat bedrijven een verhaal te vertellen hebben: “Ze hebben nu ook zelf direct toegang tot hun doelgroep, via hun website, Facebook-account, Twitter en Instagram. Die bedrijven zijn op zoek naar ‘merkjournalisten’ die hun verhaal kunnen vertellen, in de vorm van artikelen, interviews, filmpjes en podcasts.” DEPT biedt die diensten aan en levert ‘targeted content’, gericht op geselecteerde doelgroepen. “Dat is dus zeker geen onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek,” geeft Staps toe: “Bedrijven kopen als het ware onze creativiteit in. DEPT is dus eigenlijk niets meer of minder dan een reclamebureau.” En daar is volgens Staps niets mis mee, zolang het maar transparant is waar de boodschap vandaan komt. Die opmerking raakt direct de kern van waar de discussie deze avond om draait: Hoe transparant is de afzender voor de ontvanger? En hoe integer gaat een stakeholder-driven journalist om met zijn vak?

Oprechtheid
Marc Lamers, hoofd communicatie Wageningen U&R, heeft in een interview voorspeld dat WUR over vijf jaar niets meer te maken heeft met de klassieke journalistiek. Toch zou hij DEPT nooit inhuren, vanwege het gebrek aan transparantie: “Bedrijven die branded journalism nodig hebben om hun verhaal te vertellen vind ik verdacht,” legt hij uit: “In de communicatie van WUR zijn relevantie, waarheid, oprechtheid en transparantie kernwaarden.” Daarom pleit hij ervoor dat elk bedrijf zelf een afdeling marketing & communicatie, met vakbekwame medewerkers heeft, die journalistieke technieken beheersen. Lamers legt uit dat hij met het verspreiden van goede verhalen direct interactie en dialoog wil met doelgroepen.

Zuiver op de graat
Toch vindt een deel van de aanwezigen de WUR ook niet helemaal zuiver op de graat: “WUR communiceert niet alleen om de samenleving te informeren, maar ook om meer geld binnen te halen en om de politiek te beïnvloeden.” Bovendien is het de vraag wat WUR doet met die directe feedback vanuit de samenleving: Aankaarten bij de Raad van Bestuur? Inpassen in onderzoek en/of onderwijs? Gebruiken voor doelgroepenidentificatie en targeted communicatie?

Meningen-bubbel
Het doelgroepen-denken roept ook weerstand op bij het publiek. Het definiëren van specifieke doelgroepen die elk hun eigen ‘targeted story’ onder ogen krijgen leidt ertoe dat iedereen steeds meer in zijn eigen meningen-bubbel blijft steken, terwijl veel mensen juist behoefte hebben aan onafhankelijke berichtgeving en analyse van buiten de eigen bubbel, aan traditionele, old-school journalistiek dus.

Grijs gebied
Uit het levendige debat wordt wel duidelijk dat klassieke journalistiek en merkjournalistiek beide bestaansrecht hebben, maar dat het grijze gebied tussen de twee uitersten wel vraagt om kritische beschouwing. Uiteindelijk is geld de bepalende factor: de klassieke journalist verdient vaak niet genoeg om van te leven, terwijl de stakeholder-driven journalist goed betaald wordt, maar zijn goed-belegde boterham dankt aan het betrouwbare en integere imago van de traditionele journalist. Daarmee is het dus wel de vraag hoe houdbaar het verdienmodel van merkjournalistiek op de langere termijn is.

 

Advertenties

Debat Merkjournalistiek

Lange tijd leek de mediawereld overzichtelijk: kranten, radio en televisie hielden het publiek op de hoogte, andere organisaties verspreidden persberichten. Maar nu nemen steeds meer bedrijven, kennisinstellingen en NGO’s zelf journalisten aan om het publiek direct te informeren, met eigen digitale (achtergrond)verhalen die ze via sociale media verspreiden.

‘Merkjournalistiek’, ‘branded content’ en ‘stakeholder-driven journalism’ zijn drie van de gebruikte termen hiervoor. Wat is het? Zet deze trend door, en zou dat betekenen voor organisaties, communicatiespecialisten, journalisten en burgers? Daarover organiseert het Wageningse Journalistencafé een bijeenkomst op dinsdagavond 24 april om half acht in Loburg, Molenstraat 6 in Wageningen.

Freek Staps, voormalig NRC-journalist en nu hoofdredacteur van Second Degree, die zelf dit type journalistiek bedrijft, gaat in op wat merkjournalistiek is. Zoals hij in eerdere interviews verwoordde: ‘Merken willen media worden, en ze passen daar journalistieke middelen voor toe. Ze schrijven verhalen, publiceren interviews, zijn transparant en stellen scherpe vragen.’ Marc Lamers, hoofd communicatie Wageningen U&R, legt uit wat zijn organisatie ermee wil: ‘De nieuwe woordvoerder werkt als een journalist’ schetste hij onlangs in een interview in Communication online.
De discussie staat onder leiding van Resource-journalist Albert Sikkema. Zelfstandig journalist Stijn van Gils sluit af met een reflectie. De bijeenkomst is gratis, drankjes op eigen kosten. Deelname aan de avond graag opgeven bij Carolien Makkink c.makkink@hetnet.nl

Tijd: Dinsdag 24 april, 19.30-21.30 (zaal open 19.00

Plaats: Loburg, Molenstraat 6 Wageningen

 

rvb-133101704

rvb-13101714

 

 

Constructieve Journalistiek: meer dan een positief verhaal

Constructieve Journalistiek is niet alleen maar goed nieuws brengen. Het draait om reflecteren op de rol van de journalistiek, met gebruikmaking van kennis uit de gedragswetenschap en psychologie.

Door Carolien Makkink

Liesbeth Hermans, lector en onderzoeker aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle, vertelde over Constructieve Journalistiek tijdens het Wagenings Journalistencafé op 6 april 2017. Ongeveer twintig journalisten, voorlichters en andere communicatieprofessionals woonden haar lezing bij.

“Constructieve Journalistiek is ontstaan vanuit de journalistieke praktijk,” vertelt Hermans. “De focus van de hedendaagse journalistiek is vaak slecht nieuws, sensatie en in beeld brengen van extreme standpunten. Dit roept bij de nieuwsconsument negatieve gevoelens op en kan er zelfs toe leiden dat mensen het nieuws gaan mijden.” Omdat extreme standpunten ‘spannende journalistiek’ opleveren, wordt er vaak te weinig aandacht besteed aan de zwijgende meerderheid, oftewel het grijze midden, signaleert Hermans.

Liesbeth-Hermans

Bij Constructieve Journalistiek blijft de kernfunctie van de journalistiek behouden. Daaraan toegevoegd worden reflecteren op eigen functioneren en perspectief bieden aan de nieuwsconsument. “Een journalist is zich vaak onvoldoende bewust van hoe zijn boodschap overkomt op de lezer,” legt Hermans uit: “Door meer rekening te houden met de interpretatie van je boodschap kun je ervoor zorgen dat de nieuwsconsument zich meer betrokken voelt bij de samenleving.” Hermans ziet dus een maatschappelijke rol voor de journalist: “Je kunt je publiek meer betrekken bij het nieuws door interactie met de lezer aan te gaan en door – bij slecht nieuws – ook informatie te geven over de aanpak van het probleem. Bij het nieuws over een ingestorte textielfabriek in Bangladesh kun je aangeven welke maatregelen genomen worden èn hoe je als Nederlandse consument bewuste keuzes kunt maken in je kledingaankopen.”

Het is een misvatting dat het publiek alleen maar sensationeel nieuws wil zien en horen, benadrukt Hermans. Sensatie heeft wel een hoge amusementswaarde, maar mensen willen eigenlijk echte informatie en inzicht in oplossingen voor problemen. Uit onderzoek door de Hogeschool Windesheim blijkt dat journalisten zelf ook behoefte hebben aan een meer mobiliserende, oplossingsgerichte, faciliterende en participerende invulling van hun rol.

Wagenings-Journalistencafe

Constructieve Journalistiek geeft een accurater beeld van de werkelijkheid in de wereld dan journalistiek die alleen extreme standpunten in beeld brengt. Door een constructievere taakopvatting kan de journalist bijdragen aan meer betrokkenheid en meer optimisme in de samenleving. Tijdens het debat bleek de mening van de aanwezige communicatiedeskundigen en journalisten wat verdeeld. Een deel was het helemaal met Hermans eens. Anderen hadden hun twijfels: journalisten moeten registreren en politici moeten met oplossingen komen. Waarop de voorstanders van meer constructieve journalistiek opmerkten dat je, nadat de pers een misstand of ramp heeft gesignaleerd, gericht ook op kritische wijze mogelijke oplossingen naar voren kunt brengen.

 

 

 

Constructieve Journalistiek: meer dan een positief verhaal

Kan de journalistiek zich herpakken met zogenoemde Constructieve Journalistiek (CoJo)? Daarover organiseert het Wageningse Journalistencafé een lezing op donderdag 6 april om 15.30 in Café Loburg. Spreker is Liesbeth Hermans, lector Constructive Journalism aan de Hogeschool Windesheim.

Wagenings Journalistencafé, donderdag 6 april, zaal is open vanaf 15.00. Lezing is van 15.30 tot 17.00 uur. Borrel na afloop. Café Loburg, Molenstraat 6 Wageningen. De lezing is gratis, wel graag opgeven bij Carolien Makkink.

Constructieve Journalistiek is ‘hot’. Menig redactie verdiept zich nu in deze nieuwe journalistieke trend. Uitgangspunt is dat journalisten opbouwend willen zijn, en verder willen kijken dan de geijkte vragen ‘wie’, ‘wat’, ‘waar’, ‘waarom’, ‘wanneer’. Ze gaan juist op zoek naar het ‘hoe nu verder’.

De journalistiek heeft het moeilijk. Niet alleen de opkomst van snelle nieuwsflitsen op sociale media, ook het toenemend ‘nep-nieuws’ wakkert het wantrouwen en ongeloof van de nieuwsconsument aan. Een andere reden waarom lezers kranten of weekbladen links laten liggen is misschien, en daar wordt weinig bij stil gestaan, dat ze de veelal negatief ingestoken berichten meer dan zat zijn. Kan de journalistiek dus anders? Dat wil de nieuwe stroming ‘CoJo’ (Constructive Journalism) gaan uitvinden en onderzoeken.

Liesbeth Hermans gaat in op wat er nu precies met Constructieve Journalistiek wordt bedoeld en beoogd. Zij onderzoekt onder meer de effecten van positievere berichtgeving op de lezer. Hermans vertelt ook over de verschillen tussen CoJo en de meer standaard bewandelde journalistieke paden.

Herfstworkshop ‘Kom op met je verhaal’

Bedrijven, non-profits, de journalistiek, de politiek: soms lijkt het alsof iedereen die hoopt op veranderingen zich op storytelling als wondermiddel heeft geworpen. Suzanne Tesselaar, auteur van het onlangs uitgebrachte Storytelling Atlas, maakt professionals wegwijs in de wijde wereld van storytelling & veranderen. Dit doet ze tijdens de workshop ‘Kom op met je verhaal’ van het Wagenings Journalistencafé, donderdag 17 november. Hoe bedenk je, samen met anderen, systematisch een verhaal dat de werkelijkheid een stap dichterbij brengt bij wat je wilt. Suzanne laat haar methode zien aan de hand van voorbeelden, en ook oefenen we met een casus. Uitgangspunt is dat storytelling niet alleen gaat over het (door)vertellen van een verhaal, maar ook over gedragsverandering, beïnvloeden en overtuigen.

storytelling

Suzanne Tesselaar onderzoekt al 15 jaar stories of change. Ze begeleidde tientallen organisaties, overheden en NGO’s en gemeenschappen in gedrags- en organisatieveranderingstrajecten. Ze geeft gastcolleges en werkt nu aan een ‘verbaal vaccin’ waarmee ziekte-epidemieën met storytelling worden bestreden. Voor de Hogeschool Utrecht, Centrum voor Communicatie & Journalistiek, verzorgt Suzanne de cursus Storytelling, waarin professionals kennis krijgen van de theorie en toepassingen van story en storytelling in de praktijk. Zie ook www.storytellingatlas.nl

Datum: Donderdag 17 november van 15.00 tot 17.00 uur

Locatie: Café Loburg, Molenstraat 6 Wageningen

Opgave via: de LinkedIn-groep of heselmans@sciencejournalist.eu

Entree: vrij (behalve consumpties), dankzij sponsoring van Wageningen UR

 

Journalistencafé 31 maart: ‘Effectief je boodschap brengen’

Hoe breng je in een complex krachtenveld van media, politiek en samenleving een boodschap zo over dat-ie ook aankomt? Communicatie-professional Marcel Schuttelaar, oprichter van Schuttelaar & Partners laat zien wat hier zoal bij komt kijken, tijdens de workshop ‘Effectief je boodschap brengen’ op donderdag 31 maart om 15.00 in café Loburg.

In wezen zijn journalisten, tekstschrijvers en communicatie-experts allemaal met hetzelfde bezig: ze brengen een verhaal. Een boodschap die ze zo helder, beeldend en duidelijk mogelijk verpakken. Zij het, ieder vanuit zijn eigen rol en insteek. Grotendeels gebruiken ze ook nog eens dezelfde middelen. Ze kunnen dus veel van elkaar leren.

communication-pattern

Marcel Schuttelaar, gerenommeerd communicatie-expert en alumnus van Wageningen Universiteit, gunt 31 maart de bezoekers van het Journalistencafé een kijkje in zijn keuken. Hoe zet hij dingen in beweging? Hoe opereert hij in het krachtenveld van media, politiek, samenleving? Schuttelaar kan daarbij putten uit een rijke ervaring. Hij heeft aangekondigd er vooral een interactieve bijeenkomst van maken.

Naast Schuttelaar is ook hoogleraar voedseltechnologie Tiny van Boekel van de partij. Van Boekel brak onlangs in een interview met het AD een lans voor bewerkt voedsel. Dat leverde een stroom van soms heftige reacties op. Waarom? Wat deed of zei Van Boekel verkeerd? Zowel Van Boekel als Schuttelaar zullen reflecteren op de communicatieve aspecten van wat er gebeurde.

 

Journalistencafé, donderdag 31 maart 2016, 15.00-17.00 uur. Café Loburg. Borrel na afloop. Entree is gratis. Graag aanmelden bij martin@woestenburg.nl 

Marcel Schuttelaar (1953) richtte na jaren van campagne voeren Schuttelaar & Partners op, een bureau voor advies en communicatie over duurzaamheid en gezondheid. Schuttelaar & Partners telt ruim 70 medewerkers en heeft vestigingen in Den Haag, Brussel en Wageningen. Het bureau werkt voor grote en kleine bedrijven, ministeries, onderzoeksinstellingen en non-profitorganisaties, zowel in Nederland als daarbuiten.

Tiny van Boekel is sinds 1982 hoogleraar voedingstechnologie en sinds 2011 directeur van het Onderwijs Instituut van Wageningen Universiteit. Hij is auteur van diverse boeken over voeding en voedsel, waaronder Je bent wat je eet, Foodtopia en Voedsel en voeding: zin en onzin. Hij geeft regelmatig lezingen en is niet bang stelling te nemen in het voedingsdebat. 

29 oktober 2015 Debat over de lokale journalistiek

Eric Weijnackers bepleit een bjilage van De Gelderlander bij een landelijke krant, omdat veel Wageningers daar een abonnement op hebben.

Erik Wijnacker bepleitte een bijlage van De Gelderlander bij landelijke kranten, omdat veel Wageningers daar een abonnement op hebben.

Wat is lokale journalistiek heden ten dage nog? Is het nog de luis in de pels van de plaatselijke politici? Leveren de journalisten nog het nieuws dat de mensen over hun eigen regio, stad, dorp, wijk, buurt of straat willen lezen? Moet er een nieuwe lokaal medium komen, speciaal voor Wageningen? Dit waren enkele van de vragen die we tijdens het Wagenings Journalistencafé op 29 oktober bespraken.

Deelnemers aan het debat:

  • Eric Wijnacker, al meer dan dertig jaar journalist bij de Gelderlander
  • Carolien Makkink, freelance journalist, voorzitter wijkpanel Wageningen-Oost
  • Kees Stap: initiatiefnemer en hoofdredacteur van Proef Wageningen
  • Robbert Kamphuis: wil graag een lokale krant voor Wageningen
  • Martin Woestenburg was gespreksleider

Achtergrond

De oplage van regionale kranten daalt al jaren. In 2000 drukte de Gelderlander nog zo’n 200.000 kranten, maar dat aantal is nu bijna gehalveerd. Lokale edities worden steeds meer samengevoegd in regiokaternen, waarbij lezers als terugkerende klacht noteren dat ze ‘hun eigen krant’ niet meer herkennen. Er zitten ook steeds minder journalisten bij vergaderingen van de gemeenteraad. Zelfs gemeenten maken zich zorgen over de vraag of de lokale politiek nog wel voldoende aan bod komt in de media. Sommigen huren zelfs tekstschrijvers in, onlangs wierf gemeente Zaanstad nog voor een ‘verhalenverteller’.

Tegelijkertijd zijn er op internet allerlei lokale omroepen en weblogs, en zijn er talloze online ‘hyperlocals’, zoals wijkkranten, enzovoorts. Er is in Wageningen bijvoorbeeld geld voor burgerparticipatie, waarvan een deel wordt uitgegeven aan communicatie via bijvoorbeeld online wijkkranten met burgercorrespondenten. Daarnaast zijn er magazines die voor een deel gebruikt worden als city marketing, zoals het nieuwe Proef Wageningen met bijbehorende website, een blad over eten, landschap en cultuur in en rondom Wageningen.

Lokale media in Wageningen en omstreken

Lokale journalistiek

In 2013 heeft het Stimuleringsfonds voor de Pers een onderzoek laten doen naar de lokale journalistiek in Nederland. Conclusie: Lokale waakhond laat minder vaak tanden zien. Het volledige rapport: Nieuwsvoorziening in de regio (pdf). Hieronder enkele conclusies uit het rapport op een rijtje:

Voor de infrastructuur geldt:

  • Offline-nieuwsmedia laten sinds 2005 een geringe maar gestage afname zien (-8% in zeven jaar).
  • Online-nieuwsmedia laten sinds 2010 een aanzienlijke toename zien (+44% in twee jaar).

Voor het nieuws geldt:

  • Een gemeente beschikt gemiddeld over 29 nieuwsmedia: printmedia, omroepen en internet, afkomstig van traditionele aanbieders en op zichzelf staande journalistieke initiatieven.
  • Een gemeente beschikt gemiddeld over 10 unieke nieuwsmedia, waarvan 1,2 dagblad, 0,3 nieuwsblad, 4,3 huis-aan-huisblad, 1,9 televisiezender en 2,2 radiozender deel uitmaken (allemaal offline-media) en 0,5 online zelfstandig journalistiek initiatief of kortweg ‘nieuwssite’.
  • Online beschikt een gemeente gemiddeld over 7 unieke nieuwsmedia: 6,6 online-versies van printmedia en omroepen en 0,5 online zelfstandig journalistiek initiatief of nieuwssite.

Welke media brengen nieuws?

  • online-nieuwsmedia in 80 gemeenten besteden in een week gemiddeld iets meer dan een zesde van hun berichten aan nieuws over lokaal beleid.
  • Regionale dagbladen, huis-aan-huisbaden en hyperlocals leveren online de meeste nieuwsberichten.
  • In grote gemeenten (> 100.000 inwoners) wordt het meest over lokaal beleid bericht.
  • in de papieren kranten vindt een burger meer nieuws – in het algemeen én over lokaal beleid – dan op de website.

Is het nieuws waardevol voor de regio?

  • Nieuwsaanbod blijkt niet bepalend voor nieuwsbereik en daarmee voor de geïnformeerdheid van de burger.
  • Regionale en lokale nieuwsmedia kunnen zonder extra middelen en met iets meer vakmanschap veel beter beantwoorden aan de wensen van gebruikers.
  • De laatste conclusie geldt de vraag: In hoeverre biedt de ontwikkelde maatstaf voor waardevolle journalistiek een goede indicatie voor daadwerkelijk nieuwsbereik?

Hyperlocal in Nederland

Op basis van deze analyse zou beleid ten aanzien van lokale nieuwssites minder gericht moeten zijn op het bedenken, ontwikkelen en in de markt zetten van nieuwe (innovatieve) initiatieven maar veel meer op het aanpassen, doorontwikkelen en verbeteren van bestaande modellen, met name op bedrijfsmatig en technisch gebied. Er hoeft niet altijd gedacht te worden aan externe ingrepen (workshops, cursussen, online-steun). De sector zou daarbij zelf ook een belangrijke rol spelen. Veel sites doen het op onderdelen namelijk heel goed, en leren van inspirerend

Workshop Beeldredactie op 18 maart in Café Loburg

Hoe vind je originele en prikkelende beelden bij een tekst? Kan beeld behalve de inhoud versterken ook tekst vervangen? Hoe beoordeel je of beeld goed genoeg is? Waar vind je gratis en rechtenvrij beeld? In de workshop Beeldredactie zal Daniëlle Moelker van Beeldbalie deze vragen beantwoorden.

Daniëlle Moelker werkte in de fotojournalistiek voor onder meer Trouw en ANP Photo, voor de educatieve uitgeverijen Noordhoff Uitgevers en ThiemeMeulenhoff. In 2009 richtte zij Beeldbalie op. Beeldbalie zoekt en levert foto’s, illustraties, animaties en video’s, en verzorgt ook vormgeving en workshops.

Het Wagenings Journalistencafé organiseert deze workshop voor iedereen die weleens over beeld bij teksten nadenkt, zoals redacteurs, journalisten, communicatieprofessionals en wetenschappers met een eigen weblog. Geef je wel van tevoren op! Neem je eigen laptop of tablet mee om de opdrachten te kunnen doen.

Vanaf 17.00 uur is er een ‘vrije inloop’ borrel, waarbij iedereen welkom is!

Datum: woensdag 18 maart van 14.00 tot 17.00 uur

Locatie: Café Loburg, Molenstraat 6, Wageningen

Opgave via: de LinkedIn-groep of wageningsjournalistencafe@gmail.com

Entree: gratis, dankzij sponsoring van Wageningen UR

Herfstdebat ‘De juiste multimediale mix’ – 9 oktober 2014

  rvb-141009254 Onderzoeksleider Ken Giller van N2Africa vertelde waarom hij zoveel filmpjes had laten maken. ‘Ik wilde de financiers in Seatle laten zien hoe het dagelijks leven van de Afrikaanse boeren in de dorpen eruit ziet.’  Nu zoekt hij naar manieren om gericht ook de Afrikaanse boer zelf te bereiken. rvb-141009255

Edwin van Laar, hoofdredacteur van Resource liet zien hoe belangrijk het is doelgroepgericht te werk te gaan. ‘Wil je studenten bereiken, dan blijkt Facebook heel goed te werken. Maar voor onderzoekers moeten we andere kanalen vinden.’ rvb-141009262 Gespreksleider Yael de Haan, docent Crossmediale communicatie van de Hogeschool Utrecht bleef kritisch. ‘Multimediaal hoeft natuurlijk niet. De Metro heeft een specifieke doelgroep, de treinreiziger, en die wil een krant.’

9-10 Herfstdebat Wagenings Journalistencafé: De juiste multimediale mix

Tijd: donderdagmiddag 9 oktober 15.30 tot 17.00 (bar open vanaf 15.00)

Plaats: Café Loburg, Molenstraat 6, Wageningen

Aanmelden hoeft niet, vragen naar martin@woestenburg.nl

Multimediale producties lijken mooi: een verhaal vertellen via korte en lange teksten, infographics, filmpjes, fotoseries, audio-opnames of…? Maar wat is eigenlijk de meerwaarde van multimediaal? En hoe organiseer je dit? Dat is het thema van het herfstdebat 9 oktober.

In het panel Ken Giller, onderzoeksleider van N2Africa, dat de bodem en opbrengsten in Afrika wil verbeteren. Aan de communicatie van dit omvangrijke onderzoeksprogramma stelt financier Bill Gates hoge eisen. Op de site kun je dan ook via allerlei media leren wat de boeren en het projectteam aan het doen zijn. Hoe organiseert Ken dit, en werkt die multimediale communicatie?

Verder ook Edwin van Laar, hoofdredacteur van Resource. Hij heeft ervaring met tekst, radio en televisie en wil Resource multi- en ook crossmedialer maken. Waarom wil hij dit, en wat wil hij ermee bereiken?

Gespreksleider is Yael de Haan, docent Crossmediale communicatie van de Hogeschool Utrecht. Haar onderzoeksgroep heeft bij kranten en (overheids)organisaties bestudeerd hoe redacteuren, dataverwerkers, infographic makers en beeldmakers hun gezamenlijke producten organiseren. Daaruit rolde onder andere een beslismodel, dat in Loburg ook zal liggen.

Na afloop is er uiteraard weer napraten aan de bar.